Met mijn ogen open

Bidden doen wij thuis met open ogen. In ieder geval aan tafel, voor het eten. Dat heeft overigens een praktische reden: zodra ik mijn ogen dichtdoe, gooit de peuter iets op de grond, of stort ze zich met haar volledige gezicht in de spinazie die voor haar op tafel staat… Als ik ook maar één keer knipper, is de kleuter alweer verdwenen om onder de tafel een boekje te lezen.

Om de totale chaos voor te zijn, doen we het dus zo: we geven elkaar een hand en kijken elkaar aan. Dan danken we God voor de dag die we hebben gekregen, met mooie en moeilijke dingen, we danken voor elkaar en we bidden om een zegen.

Ik heb heel lang gezegd dat ik eigenlijk niet zo’n bidder ben, trouwens. Iedereen heeft zo zijn gave, en bidden vind ik ingewikkeld. Het is zo persoonlijk, zo intiem, ik wil het zo graag ‘goed’ doen. Ik weet heus wel dat het eigenlijk niet belangrijk is om precies de juiste woorden te gebruiken of de juiste volgorde van onderwerpen te gebruiken. Maar toch schoof ik het altijd een beetje aan de kant: laat dat bidden maar aan anderen over, dan doe ik wel waar ik goed in ben. Moeilijke vragen stellen bijvoorbeeld, of gewoon aardig zijn voor mensen.

Met tegenzin naar de kringavond

Een paar dagen geleden was ik bij een kringavond van onze kerk. Ook al niet mijn lievelings. Misschien is dat een kleine bekentenis, maar het is echt zo. Wie heeft er ooit verzonnen dat het een goed plan is om allerlei verschillende mensen in een huiskamer te zetten en dat we dan persoonlijke dingen gaan delen, en hardop bidden enzo? De nachtmerrie van een introvert type als ik.

Met frisse tegenzin ging ik toch. Noem het een gevoel van verplichting, noem het een ongrijpbaar soort verwachting dat er misschien toch iets bijzonders zou gebeuren. Ik plofte op de comfortabele bank en dacht ‘ik zie wel’. Terwijl ik weer eens voor mezelf herhaalde dat ik niet zo’n bidder ben, hoorde ik een zacht stemmetje in mijn hoofd: “Je bent wél een bidder. Al zou je willen, je kunt niet eens stoppen. Alleen je bidt meestal met je ogen open.”

Die gedachte gaf me nét even het zetje dat ik nodig had om, naast mijn ogen, ook mijn hart te openen. Te verwachten dat God iets tegen me te zeggen heeft, dat Hij me iets wil laten zien. En voor ik het wist zat de ‘gastspreker’ van de avond tegenover me, en vroeg of hij voor me mocht bidden. Het werd een gebed met open ogen – letterlijk en figuurlijk. Hij keek me recht in mijn ogen aan en sprak allerlei woorden die me enorm raakten, bemoedigden en een beetje in de war maakten: Hoe kan deze gast nou weten wat zich in mijn hart afspeelt, onder de oppervlakte, en precies die dingen benoemen?

God in elke dag

Zijn woorden, en dat zinnetje in mijn hoofd, bleven nog lang rondzingen in mijn gedachten en mijn hart. En vanochtend besloot ik het er weer op te wagen. Ik bad, al fietsend met mijn peuter in het voorzitje, dat mijn ogen en mijn hart vandaag open mochten zijn. Ik vroeg God of ik hem mocht herkennen in het onopvallende. Ik vroeg om toevallige ontmoetingen die toch bijzonder zouden zijn. Ik sprak mijn hoop uit om op deze gewone mamadag in alles met God te mogen leven – en daarin ook Zijn hart voor de mensen om mij heen te ervaren.

Even later stond in de rij bij de bakker. Grappig hoe zo’n gebed ineens iets van verwachting schept. Waar zou ik mee verrast worden vandaag? Of zou ik halverwege de dag toch weer opgaan in de sleur van de to-do list en de alledaagsheid? Net voor mij stonden twee ambulancebroeders – die moeten ook eten. De eerste draaide zich om en we hadden even oogcontact. Plotseling was ik in gedachten terug in het ziekenhuis, bijna zes jaar terug. “Jou ken ik!” riep ik uit voor ik het doorhad. Hij keek was verbaasd en zijn collega draaide zich om. “En jou ook!”

Ik had geen seconde nodig om te zien dat deze twee mannen ooit mijn dochter hadden vervoerd, het was een standaardritje voor hen, geen paniek, gewoon vervoer van het ene naar het andere ziekenhuis, maar ik was hun gezichten nooit vergeten. Ik had bij hen achterin gezeten, de maxi cosi op de brancard. Eindelijk naar een ziekenhuis dichter bij huis, na een intensieve periode op de intensive care. We waren haar bijna kwijt geweest en moesten nog wennen aan het idee dat ze er nog was. Dat er een toekomst voor haar was.

Knipoog

Ik heb hen bedankt voor hun werk. Zij weten het allang niet meer, maar hun rust, hun vriendelijkheid en professionaliteit zijn me altijd bijgebleven. Ik kon ze vertellen dat het goed gaat met mijn kind, ze een mooie dag toewensen. Ze vertellen dat wat zij doen van betekenis is. En voor mij was het een knipoog van God: “Weet je nog hoe het toen was? Weet je nog wat daarna kwam? Dat heb je allemaal meegemaakt en overleefd. Ik was er toen bij, en nu ben Ik er nog steeds.”

En dat allemaal op een doordeweekse dinsdagochtend. Met mijn ogen open. Ik denk dat ik toch wel een bidder ben.

Het ritje in de ambulance, 28 oktober 2013. Thuis vond ik de foto weer. Ze zijn het echt.

One thought on “Met mijn ogen open

  1. Wat mooi Suus en wat een bijzondere ontmoeting weer. Wat fijn dat je deze open stond voor deze knipoog van God!

Reacties zijn gesloten.